DBZ en OM maken werkafspraken ter aanpak van schijnhuwelijken

Links: directieteam en coördinatoren DBZ.
Rechts: leden van het OM.


Het Directoraat Burgerzaken (DBZ) en het Openbaar Ministerie (OM) hebben op dinsdag 24 maart jl. werkafspraken gemaakt betreffende de aanpak van schijnhuwelijken. Deze afspraken vloeien voort uit de invoering van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (BW), waarin voor het eerst specifieke bepalingen zijn opgenomen met betrekking tot dit fenomeen.


In het nieuwe BW is vastgelegd dat een huwelijk kan worden gestuit door het OM wanneer blijkt dat het oogmerk van één of beide aanstaande echtgenoten niet is gericht op het aangaan van een duurzame relatie conform de wet. De wet noemt verschillende indicatoren die kunnen wijzen op een mogelijk schijnhuwelijk. In de praktijk is het de ambtenaar van de burgerlijke stand die deze signalen als eerste kan opvangen. Deze ambtenaar staat immers in direct contact met de aanstaande echtgenoten tijdens de huwelijksaangifte.


Om hier adequaat op in te spelen, zijn er duidelijke werkafspraken gemaakt. Wanneer er aanwijzingen zijn van een mogelijk schijnhuwelijk, wordt dit onverwijld gemeld aan het OM. Het OM kan vervolgens nader onderzoek laten verrichten en, indien daartoe aanleiding bestaat, overgaan tot het stuiten van het voorgenomen huwelijk. Daarnaast blijft optreden ook na de huwelijkssluiting mogelijk. Indien achteraf blijkt dat er sprake is geweest van een schijnhuwelijk, kan het OM de rechter verzoeken het huwelijk nietig te verklaren.

Gepubliceerd op 27-03-2026 | 21:23